de campercrew

Met de camper door Marokko

Ons wonderbaarlijkste camperavontuur met ons gezin tot nu toe? Dat is zonder twijfel onze roadtrip door Marokko. Tijdens de paasvakantie zwierven we met een gehuurde camper door de Hoge Atlas en de zuidelijke oasen van Marokko. We hobbelden op de rug van een kameel – nee, dromedaris! – sliepen onder de sterren in de Sahara en verdwaalden tussen duizenden palmbomen.  

Magische roadtrip door de tijd

Sprookjes bestaan niet. Toch heeft Marokko met zijn weelderige paleizen, overweldigende geuren en mysterieus gesluierde vrouwen wel wat weg van een sprookje van 1001 nachten. Daarnaast lijkt de tijd op heel wat plaatsen te hebben stil gestaan. Ezeltjes en karren dragen de lasten en ambachtslui vind je op elke hoek van de straat. Het leven gaat er zoals God het wil, Inch’Allah.

Jaren geleden ontdekten we een stukje van Marokko. We wilden graag meer zien, mét kinderen en liefst ook met de camper. Maar wat met de afstand en de hoge temperaturen in de zomer? Tot we toevallig bij Zigzag Campers terecht kwamen: een verhuurbedrijf met volledig uitgeruste campers in hartje Marrakech. Dit was voor ons dé oplossing. Na vier uurtjes vliegen onze koffers omruilen voor een huis op wielen, zo gemakkelijk! Het is laat wanneer we landen en we Jessy ontmoeten op camping Le Relais de Marrakech. Naast verhuurder van motorhomes, is hij ook eigenaar van het grote kampeerterrein, we hoeven dus geen overnachtingsplekje meer te zoeken. Gelukkig zijn we vertrouwd met alle kneepjes van het camperen en kunnen we gauw uitpakken. Pippa Lotta is in de wolken met haar plekje in een écht stapelbed met schuifdeurtjes.

En route

De oproep tot gebed van de muezzin schalt luid over de stad wanneer we het hectische verkeer van Marrakech achter ons laten en we onze camper richting de Hoge Atlas manoeuvreren.  We hebben een rit van een tweehonderd kilometer voor de boeg, maar de haarspeldbochten en stukken niet-geasfalteerde weg op de Tizi ’n Tichkapas nemen het grootste gedeelte van de dag in beslag. De wonderbaarlijke uitzichten maken veel goed. Eerst nog overweldigend groen, maar steeds ruiger en kaler met alle tinten bruin en rood strekt de bergketen zich voor ons uit. De grillige vormen laten hier en daar zelfs nog een spatje sneeuw zien.

Niet weten waar kijken…

Ook op en naast de weg weten we niet waar eerst kijken. Achter elke bocht schuilen verkopers die felgekleurde nepmeteorieten, dadels en andere koopwaar aanprijzen, in de dorpjes dampen loeihete tagines en zwaaien kinderen ons vrolijk toe. We zijn nog net op tijd om Aït Ben Haddou te bezoeken. Deze middeleeuwse versterkte stad of ksar is niet alleen een gegeerde filmlocatie, de lemen kasba’s tegen de heuvel zijn ook Unesco Werelderfgoed en dus een must-see. Ondanks het late uur is het druk en we klimmen achter de andere bezoekers de heuvel op. We worden beloond met een prachtig uitzicht over de rivier en de verkleurende lemen stad. Wanneer de zon zakt, drijft een strakke wind ons weer naar beneden. Onze camperverhuurder had gelijk, Marokko is een koud land met een warme zon. 

De roep van de woestijn

Achter elke bocht lijkt het landschap te veranderen, het ene panorama nog adembenemender dan het andere. Langs het canyon-achtige landschap van de Tizi-n-Tinififft bergpas wanen we ons in het droge Arizona maar zodra we de vallei van de Drâa binnenrijden verandert alles in een 200 kilometer lange strook groen. Temidden van uitgestrekte palmtuinen ligt de langste rivier van Marokko: de Drâa. Ze ontspringt in het Atlasgebergte, zoekt zich moeizaam een weg tussen de rotsen en verdwijnt uiteindelijk in het woestijnzand.

Water en zand

De rivier staat het grootste gedeelte van het jaar droog, maar ze zorgt er wel voor dat het land rondom vruchtbaar en groen blijft. Na Agdz toont de palmentuin zich in haar volle pracht, met bergketens op de achtergrond en ksars en kasba’s die als pareltjes aan elkaar rijgen. De huidskleur van de locals die we aan het werk zien, wordt met de kilometer donkerder. Na het stadje Zagora voelen we dat de woestijn nadert. De route is desolater, de zon brandt glinsterend op de weg waarover de wind zandstroompjes jaagt. Tot het asfalt gewoon ophoudt in Mhamid. Eindpunt van de weg, beginpunt van de Sahara.

Als nomaden op pad 

Na wat verkoeling in het zwembad laten we onze camper veilig achter op de ommuurde camping Hamada du Draa en ruilen we onze vierwieler in voor een colonne dromedarissen. We maken kennis met Ali, een lokale gids die samenwerkt met Barrio Life, een Nederlandse reisorganisatie waar wij voor vertrek twee bijzondere uitstappen boekten. Locals verdienen een eerlijk loon en steun voor plaatselijke projecten, reizigers zijn zeker van een authentieke en goed georganiseerde trip, win-win!

Schommelen op een dromedaris

Ali grist nog gauw een verse geplukte kip mee en dan gaan we op pad. Bovenop alle tapijten, een tent, kookgerei, eten en voldoende water zitten de passagiers: wij dus! We zijn blij wanneer er even halt wordt gehouden onder enkele boompjes, ook al is het laat op de middag, de zon brandt genadeloos. Na een vlak stuk gaan we alvast enkele duinen over, het is lachen geblazen want wanneer de dromedarissen afdalen en klimmen gaan ook wij stevig op en neer. Goed vasthouden is de boodschap! De duinen worden alsmaar hoger en indrukwekkender en in de schaduw van een ervan slaan we ons kamp op.

Tapijten worden uitgerold en de traditionele tent opgezet, het is een knus kampement. De zon zakt snel en we beklimmen met ons vijven een hoge duin. Rondom ons is er niets dan een eindeloos zandlandschap, een overweldigende stilte en de ondergaande zon die alles in vuur en vlam zet, een moment met een gouden randje.

5* diner

Beneden wacht Ali met de typische mierzoete thee en koekjes en terwijl wij ons suikerpeil opkrikken, bereidt hij het avondmaal. De tajines pruttelen op het open vuur, ondertussen bakt Ali zandbrood. ‘Op een laag kolen leg je het vers geknede deeg en hierover gaat een laag woestijnzand. Zo ontstaat een oventje waarin het brood knapperig bruin wordt gebakken. Nadien wrijf je het zand er grondig af met een schone doek. Eten doen we met z’n allen samen op de typisch Marokkaanse manier, we delen het eten uit dezelfde schaal. Scheur maar stukjes van het brood af en dop daarmee in de tagine.’

Miljoenen sterren

Boven ons prijkt de wijdse sterrenhemel. ‘Daar zie je la Grande Ourse. Die Grrrote Bair’ probeert hij lachend in het Nederlands. ’s Morgens glippen Roel en ik weg en met z’n twee zien we de woestijn terug tot leven komen. De zon klimt snel en de dromedarissen genieten net als wij van de warmte van de eerste stralen. Na een smakelijk ontbijt schommelen we terug richting de bewoonde wereld. Dankbaar voor dit avontuur.

Langs dorpjes naar de jungle

Het groen van de vallei gaat over in roodbruine bergformaties in allerlei maten en vormen wanneer we via het pittoreske dorpje N’Kob (check de lokale markt, het lijkt wel of ze er nog nooit toeristen hebben gezien) en Alnif doorsteken naar de Vallei van de Dadels. Na de ruige kale bergen is het wijdse groen van de palmentuin van Tineghir adembenemend. Wat speelt er zich allemaal af in die wirwar van velden en kanaaltjes? 

Een poortje op Camping Atlas geeft toegang tot de rivier en klauterend over een boomstam komen we terecht in een jungle van palmbomen. Op de achtergrond gloeien de rode bergen in het zonlicht en binnenin liggen groene lappendekens met allerlei gewassen. Het is een heel apart wereldje waar al het fruit en groente uit de streek wordt verbouwd. Ezeltjes draven af en aan en op de velden wordt druk gewerkt. ‘Pas de photos, s’il-vous plaît’. De vrouwen, in de mooiste doeken gehuld, willen jammer genoeg niet vereeuwigd worden. Onze kids springen over irrigatiekanaaltjes, klimmen op dode boomstronken en wanen zich echte ontdekkingsreizigers. We dwalen en verdwalen in dit tropische labyrinth, met al onze zintuigen op scherp.

Van kloof naar kloof 

Het water dat de palmtuinen zo weelderig groen houdt komt uit de Todrarivier, die diep ingesneden ligt tussen de steile kalkrotsen van de Hoge Atlas. Zelfs ’s avonds is het drukbevolkt in de kloof. In het opborrelende water, tussen de rotsen die elkaar bijna kussen, zoeken honderden mensen verkoeling. Stapvoets klimmen we langs de kraampjes met allerlei hebbedingen tot de kloof breder wordt en samen met de temperatuur ook het bezoekersaantal daalt. We strijken neer in Tamtattouche, een dorpje met evenveel campings als gezinnen. Camping Baddou is een klein paradijs, jammer genoeg is het minstens vijftien graden kouder in de bergen en we duiken weg in het warme restaurant.

Bovendien wordt de weg te krap voor onze camper en dus keren we op onze stappen terug richting Dadèskloof. Ze strijdt met de Todrakloof om interessantste en gekendste stukje Zuid-Marokko. Hier geen hordes dagjesmensen, het grootste stuk van de Dadèsrivier staat dan ook droog en biedt geen verkoeling. Onder een staalblauwe hemel liggen akkers en boomgaarden in het dal en roodachtig geërodeerd rotsgesteente met fascinerende vormen sieren de achtergrond. Het smalste en indrukwekkendste stuk ontdekken we na Aït Oudinar, de weg klimt in lussen omhoog naast een afgrond van meer dan honderd meter. Onze camper neemt de bochten gezwind, af en toe knijp ik m’n ogen dicht en hoop ik dat we geen tegenligger kruisen. Ook hierboven gaat het majestueuze uitzicht samen met een ijskoude wind. 

Door de wind, door de sneeuw

‘De wind komt doordat het regent in het noorden’ weet onze campingeigenaar Mohammed. En gelijk heeft hij, terwijl we richting Marrakech trekken wordt het weer grijzer en kouder tot we hoog in de bergen terecht komen in een heuse sneeuwbrij.

’s Ochtends worden we in Marrakech wel verwelkomt door een waterig zonnetje en zijn we klaar voor onze tweede uitstap met gidsen van Barrio Life. ’Ik ben Adil’. ‘Mohammed, zoals het overgrote deel van de Marokkaanse bevolking’ stellen ze zich voor. Ze nemen ons mee door de nauwe straatjes langs de verschillende souks. Het is een overweldigende mengeling van kleuren, geuren en indrukken.

Chaos in de city

Doorheen de nauwe straatjes rijden weliswaar geen auto’s maar wel karren getrokken door ezels en zwaarbeladen brommertjes. In het atelier van de mozaïekbewerkers zijn we onder de indruk van de snelheid en kunde waarmee de tegeltjes tot hartjes, letters en alle mogelijke vormen worden gekapt. Pippa Lotta probeert het zelf en het blijkt lang niet zo eenvoudig als het eruit ziet. Wanneer we later een bezoekje brengen aan het Palais Bahia met zijn duizenden tegeltjes bekijken we alles met ontzag. Wat een handenarbeid schuilt achter al deze gebouwen.

Ambachtentocht

Onze tocht gaat verder langs houtbewerkers, koperslagers, schilders en schoenmakers. Allemaal gepassioneerde ambachtslui die ons met liefde hun vak tonen. Bij de ververij van wol en doeken ontdekken we de magie van natuurlijke kleuren. Sommige kleurstoffen worden gemaakt uit specerijen, andere zelfs van schelpen. Paars wordt plots groen en niets is wat het lijkt. Wanneer we later op zoek gaan naar de mooiste souvenirs beseffen we eens te meer hoeveel geduld, vaardigheid en hard labeur in al deze handgemaakte spullen schuilen en dingen we toch net ietsje minder af.

Vanuit de lucht 

Opgewonden maar nog doodmoe van alle indrukken van de stad wachten we om vijf uur ’s ochtends de chauffeur van Ciel d’Afrique op. We hebben Marokko een hele tijd van op de weg bewonderd, nu zijn we helemaal klaar voor onze luchtdoop. In het pikdonker kijken we toe hoe drie reusachtige luchtballons in een mum van tijd worden uitgepakt en met heel wat lawaai van de branders gevuld worden.

Magie

Het eerste licht komt al piepen achter de bergen wanneer de kleurrijke doeken stijgen en stijgen, we zijn onder de indruk van de grootsheid terwijl we nog maar op de grond staan. Met kriebels in de buik en knikkende knieën stappen we in de grote rieten mand en met z’n twaalven worden we de lucht ingeblazen. Onze hoogtevrees vergeten we helemaal wanneer we hoog in de lucht de zon achter de bergen van de Hoge Atlas zien opkomen. Op de grond worden talloze schapen en een enkele fietser kleiner en kleiner. We nemen een laatste keer alle geuren en kleuren in ons op en terwijl de bodem van onze mand over het graan op de velden ritselt hopen we dat we snel weer terug komen. Inch’Allah, als God het wil. 

Onze vijf favoriete campings 

  1. 1. Auberge-Camping Baddou

31°40.211’N – 05°32.883’W

Een stukje de Todrakloof doorrijden en je komt uit op het dorpje met niets dan campings. Goed onderhouden en uiterst schone camping met mooie kamers gelegen rond het zwembad. Prima sanitair en goede keuken, proef zeker de omelette berbère! Je kunt van hieruit ook gegidste wandeltochten in de kloof maken.

  1. 2. Camping Amrhidil

31°02.980’N – 06°34.590’W

Ruime camping, perfect om de mooie kasbah van Amrhidil te bezoeken (tip: bezoek eerst de kasbah voor je naar de camping gaat). Bestel tijdig je eten, het duurt even voor het klaar is maar de authentieke keuken is wel overheerlijk.

3. Auberge-Camping Atlas 

33°33.185’N- 05°35.100’W

Charmante maar druk bevolkte camping niet ver van de Todrakloof. Vanuit de camping heb je via een poortje toegang tot de palmentuin van Tineghir.

4. Auberge Ouadjou

30°52.119’N – 05°52.126’W

Op loopafstand van N’Kob ligt een idyllische kleine camping, het sanitair is schoon en in het gezellige restaurantje eet je op bestelling. 

5. Hamada du Draa

29°49.30’N – 05°43.22’W

In M’hamid, aan de rand van de woestijn ligt deze rustige ommuurde camping. Verkoeling zoek je in het zwembad of in de schaduwrijke tuin.

Op hotel

Onze kinderen zeuren al jarenlang om eens ‘op hotel’ te gaan en dus besloten we om Marrakesh te bezoeken vanuit een authentieke riad. We kiezen voor Riad Spa Sindibad, een kleine, huiselijke riad met familiekamers. Het sprookjesachtige interieur, de reusachtige kamer, de geur van oranjebloesems, het ontbijt op het dakterras, ze vinden het allemaal even indrukwekkend.

*Ben je eerder op zoek naar een romantische riad voor met z’n tweetjes dan kan ik je Riad Sakkan aanbevelen. Een echte oase pal in de binnenstad met zwembadje, rustbedden, verschillende terrassen, culinaire verwennerijen en een schat van een gastvrouw.

Erna verkasten we naar een nog grotere droom voor hen: een all-inclusive resort net buiten de stad. Onze rondreis en tijd in de stad was spectaculair maar best vermoeiend. De afstanden waren niet zo groot, maar door de staat van de wegen waren we soms lange dagen onderweg. Het stof, het lawaai in de stad, de nieuwe indrukken zorgden ervoor dat deze reis voor onze drie kids best vermoeiend was. Daarom besloten we om na de reis twee of drie dagen tot rust te komen. Het Iberostar Club Palmeraie resort had alles waar ze van droomden: de hele dag door gigantische buffetten (mét chocoladefontein!), zwembaden en de hele dag door activiteiten. Ze vonden het geweldig, op dag 1 alleszins. De dag erna vroegen ze zich al af wat we nu dan gingen doen zo blijvend op dezelfde plaats. Echte camperkids zijn het.

(Benieuwd naar wat je allemaal inpakt voor je camperkids? Check dan onze paklijsten!)

instagram