de campercrew

de campercrew

Nationaal Park Hoge Kempen in een notendop

Weg met wifi in het Warredal

‘Is er daar wifi?’ is steevast de eerste vraag die opduikt wanneer we een uitstapje maken. ‘Absoluut niet!’, was dit keer het teleurstellende antwoord. Verveling troef dan maar? Nee hoor. Nationaal Park Hoge Kempen is namelijk niet alleen het enige nationaal park in België, het is vooral een plek waar iedereen zijn goesting vindt: wandelaars, fietsers, avonturiers en zelfs een bende wifi-loze tieners. Bovendien barst het gebied van de bijzondere landschappen – wat dacht je van een tripje naar de Amazone zonder reusachtige ecologische voetafdruk?

Dichtbij en toch zo ver weg

In het bos daar staat een huisje, ik keek eens door het vensterraam…  Het oude kinderliedje  door mijn hoofd wanneer we met een golfkarretje naar ons houten huisje worden gebracht.  Het is vrijdagavond en na een uurtje rijden, staan we in een groot bos dat eerder Zweeds dan Limburgs aandoet. Eigenlijk zijn we vlak bij huis, maar toch voelt het heel ver weg. Het Warredal is een uitgestrekt groendomein met net geen 30 knusse houten huisjes in een zee van rust. De oergezellige cosy cabins hebben amper elektriciteit, geen televisie of vaatwas maar wél een waterketel, een zinken douchebak en een stapel gezelschapsspelletjes. De jongens trekken er meteen op uit om hout te halen en ik nestel me bij het grote raam, de kachel knettert, de kaarsjes branden. Wat een luxe om eens echt helemaal niks te doen. 

Vogelgekwetter, een eekhoorn die in een boom klimt, koffie die pruttelt op het fornuis, zo hoort een perfecte ochtend te zijn.  De twee jongsten zijn al op pad, onze ontbijtmand ophalen en kakelverse eitjes rapen in het kippenhok.  ‘Neem de tijd om van simpele dingen in het leven te genieten’ krijgen we als boodschap bij ons ontbijt mee.  De dikke snee versgebakken brood smaakt opeens nog lekkerder.  Zelfs samen de afwas te doen zorgt opeens voor een leuk momentje.

Verbonden met de aarde

Ranger Guy wacht ons op aan de hoofdtoegangspoort van het nationaal park: Connecterra, ook wel eens de Limburgse Amazone genoemd. Je mag me gewoon Bompa Snor noemen, stelt hij zich joviaal voor.  Hij steekt meteen van wal en neemt ons mee naar de schachtbok van de voormalige mijn, waar een fototentoonstelling ons verder wegwijs maakt.  De steenkoolmijn van Eisden, die een kwart eeuw geleden nog op volle toeren draaide, zag er een stuk minder idyllisch uit dan het landschap van bergen en meren dat zich vormde nadat de natuur er terug vrij spel kreeg. Met een hoogte tussen 50 en 100 meter staan we in het hoogste deel van de Kempen, de bodem is er volledig opgebouwd uit keien en puin dat de Maas meebracht vanuit de Ardennen tijdens de laatste ijstijden.  Tijdens het delven naar steenkool, hoopten de andere gesteentes op, waardoor vier mijnterrils werden gevormd: de groene bergen die nu zorgen voor een wonderbaarlijk panorama. Met een fotokaart en een echt kompas gaan we op pad.  We leren de juiste richting zoeken en tellen onze stappen luidop tot we de volgende foto ontdekken. Ondertussen vertelt onze ervaren ranger honderduit over de geschiedenis van de mijnen, het verrassende landschap en de dieren die er leven. Het is opletten geblazen om de tel niet kwijt te raken.  Op onze bestemming wacht een leuke verrassing: we mogen vuur maken met een vuursteen en houtjes die we zelf sprokkelen.  Naast wat pluis en watjes om ons vuurtje aan te krijgen, tovert Bompa Snor ook een hele zak lekkers tevoorschijn.  Het duurt even om een stevig vuur aan de praat te krijgen, maar dan wacht de beloning: vers gepofte popcorn.  Al is het even schrikken dat onze vergeetachtige bompa het potje suiker per ongeluk met zout heeft gevuld. Onze kroost lacht zich kapot.

Zonder stoute schoenen

Ons wandeldagje zit er nog niet op, we trekken onze stoute schoenen uit en stoppen onze sokken erin want het pad dat op ons wacht, is alleen toegankelijk op blote voeten.  Aan de toegangspoort Lieteberg vind je niet alleen een ondergronds insectencentrum en een vlinderkoepel, je kunt er ook al je zintuigen laten prikkelen.  Eerst voelt het best wel vreemd aan om zo met onze blote voeten door de modder te ploeteren. ‘Ieuw, getverderrie’ klinkt het voor en achter me terwijl het bruine, plakkerige slijk tussen onze tenen omhoog kruipt.  Koud en warm, vochtig en droog wisselen elkaar af.  Soms lopen we over prikkelende stenen of huppelen we over boomsnippers, dan klauteren we over boomstammetjes of door een stromend riviertje.  Brr, dat is maar koud.  Achteraf is het schrobben geblazen om onze vermoeide voeten terug helemaal schoon te krijgen. Een handdoek, die zijn we helemaal vergeten!

Trappen in plaats van stappen

Onze voeten hebben het al genoeg te verduren gehad dit weekend, dus we kiezen we ervoor de lus door natuurgebied Bergerven op ons stalen ros te verkennen.  Het verhuurkantoor heeft ervoor gezorgd dat onze fietsen klaarstaan aan de receptie, handig!  We vertrekken met een korte steile klim en een leuke afdaling.  Meteen zitten we in het bos, dat er helemaal anders lijkt uit te zien vanop de fiets.  We volgen de gekleurde pijltjes langs de Zuid-Willemsvaart tot aan het Bergerven, in een historische meander van de Maas. Door ontgrinding ontstonden er hier verschillende plassen, samen goed voor ruim 50 hectaren open water.  We worden begroet door een bijzondere kudde wilde Konikpaarden, die rustig staan te grazen langs het water.  Het lijken wel aaibare pony’s zoals ze daar schaapachtig staan te kauwen. Een ritje op hun rug raden we onze dochter toch maar af, deze grote grazers kennen namelijk nog een echt kuddeinstinct en zullen niet aarzelen hun jongen te verdedigen. Een selfie met de paardjes op de achtergrond dan maar? Als we dichterbij komen, staren ze ons nieuwsgierig aan en zetten het dan op een rennen. Dan maar een foto zonder paardjes.  Voorbij het ven wordt de grond zanderiger en trappen wordt alsmaar zwaarder, dit lijkt meer op een mountainbike tripje dan een rustig fietstochtje.  Op onze kaart zien we een klein weggetje dat ons rechtstreeks terug naar het Nutchel domein brengt en we beslissen om de binnenweg te nemen. Het pad kronkelt steeds steiler en steiler omhoog, we trekken onze fietsen mee door het mulle zand en struikelen hier en daar over een uitstekende boomwortel.  Voor Pippa Lotta wordt het te zwaar, ze ploft haar fiets neer in het zand en klautert naar boven.  Papa moet maar even teruglopen om de fiets te halen.  Dat is dus de reden waarom dit stuk aangeduid staat als wandelroute en niet als fietspad.

Klimmen en angsten overwinnen

Alsof al het klauteren in het mulle zand nog niet genoeg was, zeurt onze kroost al een heel weekend om het hoogteparcours op het domein te ontdekken.  Alleen beginnen mijn knieën al te knikken als ik nog maar aan hoogtes denk en vijf treden hoog op een ladder vind ik best spannend. ‘Mama, jij zegt toch altijd als je bang bent van iets dat je het dan gewoon toch moet proberen?’ Daar heeft die puber van mij me toch goed liggen.  Gelukkig heb ik ook een heel laag oefenparcours gespot, waar zelfs de grootste angsthazen op durven klimmen.  We krijgen het juiste materiaal aangemeten en na een vakkundige uitleg over het aan- en afkoppelen van onze klimgordel zijn we klaar voor de start.  Zelfs het lage parcours is met alle wiebelende touwen en obstakels al een uitdaging voor mij.  Stiekem hoop ik dat onze dochter het na dit eerste rondje wel voor bekeken houdt maar niets is minder waar.  Ze heeft de smaak goed te pakken en we gaan verder op nummer twee en drie, die al een stuk hoger zijn.  ‘Niet naar beneden kijken, niet naar beneden kijken’, galmt als een mantra door mijn hoofd.  Bij de meeste obstakels moet je geconcentreerd te werk gaan en stukje voor stukje kalmeren mijn bonzende hart en mijn trillende benen.  Dit gaat eigenlijk best wel goed.  Opluchting en adrenaline gieren door mijn lijf wanneer ik terug met beide benen op de grond sta.  Maar het ergste – of het leukste, wie zal het zeggen – moet blijkbaar nog komen.  Over het dal is namelijk een zipline gespannen, waaraan je van de ene heuvel naar de overkant roetsjt.  ‘We doen het gewoon, mama’, gilt Pippa Lotta enthousiast.  Voor ik het goed en wel besef, hang ik aan de kabel te bungelen, krijg ik een stevige zet en sjees ik met een rotvaart naar de overkant.  Het is vreselijk eng en ongelofelijk leuk tegelijk. Zodra ik op het platform landt, kan ik alleen maar stamelen: ‘ik wil nog een keer’.

Pak je tijd

‘Kunnen we niet nog een dagje hier blijven?’ We hebben geen van allen zin om dit rustgevende paradijsje achter ons te laten.  Onze actiezoekers willen nog fietsen en kajakken en bovenal nog een nachtje in het geweldige stapelbed slapen. Een weekendje zonder wifi heeft ons deugd gedaan, wat minder verbinding met het wereldwijde web en wat meer met elkaar. Gewoon even de boel de boel laten, onze smartphone uitschakelen en de tijd nemen om op adem te komen in de natuur. Geen betere plek om dat te doen dan in het Zweedse Limburg.

Wandelen:

Met 51 lusvormige wandelingen mag je het Nationaal Park Hoge Kempen ook gerust een wandelparadijs noemen.  Starten kun je aan elk van de 6 toegangspoorten, daar vind je een een detailkaart van het gebied. Maak je keuze uit verschillende lussen die langs de bijzonderste plekken voeren.  Graag wat meer kilometers in de benen? Dan combineer je gewoon verschillende lussen. Nog niet moe? Waag jezelf dan aan de lange afstandswandeling van wel 75 km. 

www.nationaalparkhogekempen.be/nl/wandelen

De camperplaats aan de toegangspoort Kattevennen heeft zeven plaatsen beschikbaar voor motorhomes.  Vanaf 1/6 betaal je er € 10 voor een standplaats, inclusief water- en stroomverbruik.  Je mag hier max. 24u verblijven.  In de buurt kun je wandelen, fietsen, minigolven en zelfs een ruimtereis maken in 360° bij Cosmodrome.

www.kattevennen.be

Camping Zavelbos is genesteld tussen bossen en vennen in een natuurgebied van 2000 ha. Een ideale plek voor natuurkampeerders en rustzoekers.

www.limburgcampings.be/zavelbos

Ook zin gekregen in een weekendje zonder wifi? Boek dan een heerlijk weekend in het Warredal.

instagram